Zij

Oude foto’s duiken terug op,
grijze tinten krijgen weer kleur.
Opeens sta je weer aan haar deur,
afscheid lijkt eeuwig te duren,
en de stappen daarna lijken wel een eeuwigheid.
Een eenzaamheid.

Stap voor stap uit haar zicht wijken,
zonder de waarheid te laten blijken.
Niet meer achterom kijken.
Niet proberen triestig te lijken.
De pijn omdat ze er niet meer staat ontwijken.

Het einde van de straat komt dichterbij.
Om de hoek wacht de drang om te wenen.
Achter je volgen ogen je op zoek naar je lach,
maar wat zij niet weten mag,
is wat zij al tal van keren in je ogen zag.

De hoek loopt je voorbij.
In de verte vreest zij dit moment.
Je speelt vals, en geniet van een ogenblik tijd.
Haar ogen worden even groter,
haar adem blijft even staan,
in de hoop dat je de volgende stappen toch maar niet zou gaan.

De tranen houden je vast.
Bitter.
Zoet.
Dat gevoel waarmee zij alles voor je doet.