Omdat ze het kan

ik treurwilg door de dag,
als een verfrommeld blad,
weggesmeten,
de dichter houdt niet van zijn geschrift.
De geschreven zelfhaat gloeit in het gedicht,
want de dichter is bang van het licht,
bang van de waarheid
bang van de verzen die hij dicht.
Opgesloten in de wereld van zichzelf,
in woorden gevangen en gewelfd.
Onder de zorgen bezweken en bedelfd.
Het einde van de era van een man.
De val van een meester,
die preekte
dat liefde leven kan.