Ik heb gevochten

Ik heb gevochten
als een ridder.
Met eer.
Ik heb met opgeheven hoofd
mijn vijand aanschouwd.
Ik heb elke beweging van zijn zwaard
een faire antwoord gegeven.
Ik heb gevochten
als een soldaat.
Met moed.
Ik heb gedaan wat nodig was
om niet te verliezen
waarvoor zoveel bloed vergoten is.
Ik heb gevochten
als een kind.
Met dromen.
Ik heb in mezelf
en in anderen
geloofd.
Maar men heeft tegen mij gelogen.
Men heeft in mijn gezicht geslagen,
en zich omgedraaid,
nog voor mijn ogen
in tranen zijn gebroken.