Ik had niemand

Toen ik werd geboren
werd mij zoveel beloofd.

Ik zou familie hebben, met een vader en een moeder.
Er zou van mij gehouden worden, voor mij gezorgd worden.
Zelfs voor mij gevochten worden.

De waarheid was een oneerlijke nachtmerrie.
Oneerlijk want ik werd het schuldig weeskind.
Geboren in een leven dat van mij gestolen werd.

Ik kreeg geen ouders. Enkel maar waardeloze vervanging.
Een dosis meer ongeluk bovenop de puinhoop die mijn leven zou zijn.
Een voorstelling vol drama en ruzie.
Vol haat met liefde als gelogen illusie.
Zonder thuis, zonder rust, zonder vrede,
Enkel maar vluchten, hopen en wenen en hoop duistere wegen

Ik was een 12-jarige zonder ouders,
een 16-jarige zonder thuis.
Ik had enkel maar een vertekend beeld van liefde
Ik was een gebroken bestaan.
Ik had niemand.
Waarom heb je dit gedaan?

Ik was enkel maar een kind.
Ik kreeg een leven vol pijn en leugens.
zonder dat ik iets had gedaan.
Ik kreeg een hoopje scherven als bestaan.

Niemand weet wat ik zou geven
Om 1 dag zonder dit litteken te leven.
Wat ik zou geven om te ervaren
hoe het is om gewenst te zijn
Verstaan hoe het is om familie gewend te zijn.
En even niet meer weten waarom ik ween

Ik berouw met bloederige tranen
wat ik schijnbaar in een vorig leven heb gedaan.