Ik en mijn wraak

Een onscheidbaar feit,
gebonden door haat en tijd.
Gebroed in leugens en verwijt,
nooit gerechtvaardigd.
Mijn smakeloze pijn.

Ik zal komen halen
wat me toebehoort.
Ik zal komen vernielen.
Ik zal komen verwoesten.
Ik wacht op je in je slaap.
Je weet het.
Je weet dat ik en zij bestaat.

Het geweer drukt zich tussen je ogen.
Koud metaal, gericht op je schedel.
Hier is geen vluchten aan.
Dit is je straf
voor wat je hebt gedaan.
Dit is wat ik wou,
toen ik zei
dat ik je krijgen zou.

Oogleden sluiten zich in genot.
De natuur ontwaakt door de schot.
De muur vult zich met rode vlekken.
Jouw bestaan
verdwijnt
in de spleten van de grond.

Niemand is groter dan een god.
In tegenstelling tot jou,
moest ik niet liegen,
om te krijgen wat ik wou.

Jij hebt met je leven betaald,
omdat ik de hendel heb over gehaald.

En zij heeft ondekt,
dat ikĀ  mezelf weer tot leven heb gewekt.