Eindelijk

Dat misterie vol vertrouwen maakt van hem die ene man.
Hij zegt het met die woorden die niemand zomaar kiezen kan.
Want hij heeft geleden, hij heeft gevochten en gestreden.
Hij had vroeger een leven maar dat heeft hij van zich af gesneden.
Onderweg naar een einde schreef hij een nieuw verleden.
Maar het noodlot kwam ertussen en liet hem leven.
Hij begon met een nieuwe kans en een nieuw geloof.
Hij bouwde een beter zelfvertrouwen over een vergeten kloof.
Maar het was niet genoeg; dat heeft hij zich beloofd.
Hij wil weer voelen, wil weer schrik, wil weer pijn.
Hij wilde weer voelen hoe het is om zichzelf te zijn.
En toen kwam zij. Met die hemelse blik zonder tijd.
Ze wist niet wat ze deed toen ze in zijn leven verscheen.
Ze wist niet dat ze hem ging geven waardoor hij weer zou leven.
Ze wist niet hoeveel dromen hij weer in gedichten had geschreven.
Maar hij wist dat zij wist dat hij niets meer ooit op zou geven.
Want zij had hem het antwoord op de vraag ‘waarom’ gegeven.